Daarnaast is hij landelijk actief in het College Perinatale zorg, het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Federatie voor Universitair Medische Centra.
In zijn eerste column voor Linnean blikt hij terug op de ‘geboorte’ van het Linnean Initiatief en de snelle groei van het netwerk en kijkt vooruit naar de nabije toekomst.
'De weg naar waardegedreven zorg; evolutie, geen revolutie'
Ruim acht jaar geleden waren Willem Jan Bos en ik met vele anderen te gast op de Nederlandse ambassade in Washington DC. Hier had het Ministerie van VWS een side-event georganiseerd voor de Nederlandse deelnemers aan het jaarlijks congres van het International Consortium for Health Outcome Measurement (ICHOM). Doel van VWS was een discussie over hoe we in Nederland waardegedreven zorg konden gaan implementeren.
Een bijeenkomst die ons aan het denken zette. We kwamen terug in Nederland met de overtuiging dat, als we de implementatie van waardegedreven zorg wilden versnellen, dat het beste zou kunnen door een onafhankelijk en sectoroverstijgend netwerk met een duidelijke missie. Die middag in Washington beschouwen we daarom als het geboortemoment van het Linnean Initiatief.
Multidisciplinair netwerk
Omdat we veel medestanders ontmoetten, ontstond er al snel een uniek veelkleurig netwerk. Dat bestaat uit patiëntvertegenwoordigers, verpleegkundigen, medisch specialisten, zorgbestuurders, wetenschappers, verzekeraars, consultants, mensen uit de bioscience en medtech industrie en beleidsmakers. Uniek, omdat we elkaar vinden zonder dat men de belangen van de eigen organisaties meebrengt. Die multidisciplinairiteit en onafhankelijkheid vormen onze belangrijkste kracht. Juist omdat wij kunnen zeggen en doen waarvoor anderen, gebonden aan sectorbelangen, minder ruimte hebben.
Doelstelling
We hebben destijds bewust geen doelstelling geformuleerd met concrete streefcijfers. Toen we begonnen, was er in Nederland immers nauwelijks sprake van waardegedreven zorg. Bovendien heeft het gebruik van steeds nieuwe labels (“waardegedreven zorg”, “passende zorg”, “uitkomstgerichte zorg”) vooral tot verwarring geleid. We blijven in Nederland dol op het telkens opnieuw uitvinden van een verbeterde versie van iets dat al bestaat; met een nieuwe naam erbij. Ondertussen gaat het in de kern steeds om hetzelfde drie zaken: de zorg richten op de patiënt, goede resultaten behalen en dat alles tegen redelijke kosten.
Invloed Linnean
Inmiddels heeft vrijwel elke zorginstelling initiatieven lopen op WZ-gebied. Is dat alleen onze verdienste geweest? Er zijn natuurlijk meer partijen die zich met WZ bezighouden. Het VWS-programma Waardegedreven Zorg bijvoorbeeld, later Uitkomstgerichte Zorg. Ook organisaties als de Federatie Medisch Specialisten, de NVZ en Santeon hebben hun eigen initiatieven gelanceerd. Niet alles is dus op ons conto te schrijven. Dat hoeft ook niet; want van veel betrokkenen horen we wél dat ons platform een belangrijke katalysator is geweest.
De uitdaging is om koers te houden, terwijl het beleidslandschap voortdurend verschuift. In het verkiezingsprogramma van D66 bijvoorbeeld wordt sterk ingezet op kosteneffectiviteit: nieuwe zorginitiatieven kunnen alleen ingevoerd als er iets anders stopt. Dat lijkt streng, maar in essentie ligt het dicht bij de kern van waardegedreven zorg: meer bereiken met minder. Geen verspilling, geen zorg bieden die mensen niet beter maakt.
Werkgroep ‘Stoppen met niet-passende zorg’
Naar schattingen van het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZEGG) weten we dat 15 tot 30 procent van de zorg die ziekenhuizen leveren het leven van de patiënt niet verbetert, maar wél omzet genereert. Dat is verspilling van geld, capaciteit én verwachtingen. Daarom willen we ons vanaf 2026 sterker richten op het verminderen van niet-passende zorg. Daarvoor richten we een nieuwe werkgroep op: ‘Stoppen met niet-passende zorg’. Stap voor stap werken we aan een zorgsysteem dat stopt met wat niet werkt, zodat meer ruimte ontstaat voor wat wél werkt.
Barrière
Echter, de grootste barrière voor het verder implementeren van waardegedreven zorg is het huidige betaalsysteem. Zolang we betalen voor volume en verrichtingen, blijven zorginstellingen, heel begrijpelijk, gericht op productie in plaats van op waarde. Wie uitkomstgericht wil werken, moet ook uitkomstgericht bekostigd worden. Zorgverzekeraars kunnen dat nu wel een beetje veranderen. De echte verandering moet uit wet- en regelgeving komen. De bal ligt dan bij VWS en haar uitvoeringsorganisaties zoals de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) en het Zorginstituut; de organisaties die de kaders bepalen waarbinnen zorginstellingen werken.
Onze toekomst
Wat de toekomst voor Linnean brengt, is onzeker. Onze huidige financiering vanuit VWS stopt eind 2026, maar ons werk is nog lang niet af. Waardegedreven zorg heeft de toekomst. Ik besef heel goed dat verdere implementatie niet snel zal gaan, evolutie in plaats van revolutie. Ondertussen blijven wij met Linnean bouwen, met dezelfde overtuiging als in 2017, aan een zorgsysteem dat draait om waar het om moet gaan; de patiënt.