Als internist bij het St. Antoniusziekenhuis en bijzonder hoogleraar nierziekten bij het LUMC staat Willem Jan met twee benen in de dagelijkse zorgpraktijk. Hij weet als geen ander wat er nodig is om het proces van waardegedreven zorg een noodzakelijke stap verder te brengen. In zijn column geeft hij een frisse, uitgesproken kijk op actuele thema’s uit de praktijk.
'Uitkomsten meten is zorg verbeteren'
Op 29 januari organiseert VWS een grote conferentie gericht op uitkomstgerichte zorg en transparantie. Linnean is ook aanwezig en verzorgt twee sessies. Deze conferentie is een goede aanleiding om na te denken over wat uitkomstgerichte zorg ons heeft gebracht. De termen waardegedreven, passende en uitkomstgerichte zorg zijn voor mij overigens variaties op één thema: ze zijn nauw met elkaar verbonden.
Een belangrijk onderdeel van uitkomstgerichte zorg is het verzamelen van uitkomstdata. Ik heb het niet zozeer over ‘klassieke’ data zoals het aantal ziekenhuisopnames, maar juist ook over uitkomsten die voor patiënten minstens zo belangrijk zijn, zoals de kwaliteit van leven en de ziektelast. Door systematisch dergelijke patiëntrelevante uitkomsten te verzamelen, krijgt patiëntgerichtheid - overigens al eeuwen onderdeel van onze afgelegde eed van Hippocrates – een nieuwe, concrete impuls.
Kwaliteit zorg verbetert
Registratie van uitkomsten maakt het mogelijk die uitkomsten te vergelijken. Inzicht in uitkomsten is de eerste stap naar kwaliteitsverbetering. Die verbetering bereik je bijvoorbeeld met een kwaliteitssysteem en kwaliteitsvisitaties binnen de nefrologie, mijn vakgebied, of met spiegelgesprekken met DICA voor chirurgische zorgpaden. Uitkomsten van zorg blijken vaak te verschillen en dat geeft deelnemers het inzicht dat we de uitkomsten van de zorg die wij leveren daadwerkelijk kunnen verbeteren. Binnen de nefrologie zien we dit al vijftien jaar: het systematisch meten, vergelijken en verbeteren heeft aantoonbaar bijgedragen aan een betere zorg voor mensen met nierziekten.
Wat zichtbaar is, kun je verbeteren - wat je niet meet niet, dat blijft immers vaak onzichtbaar. Meten werkt bovendien motiveren. Ik merk het zelf aan mijn stappenteller: in het jaar dat ik er geen aandacht aan besteedde, kwam ik uit op gemiddeld 7.500 stappen per dag. Sinds ik mijn stappen wél bijhoud, zijn dat er al 12.300.
Patiënttevredenheid stijgt
Patiëntrelevante data kunnen we ook inzetten in keuzehulpen voor patiënten. Door patiënten inzicht te geven in wat zij van de verschillende behandelopties kunnen verwachten, kunnen zij hun keuze beter onderbouwen. Binnen de nefrologie zien we dat patiënten die gebruikmaken van dergelijke keuzehulpen achteraf minder vaak spijt hebben van hun behandelkeuze. Patiënten kiezen ook vaker voor een niertransplantatie in plaats van nierdialyse. Dat is niet alleen belangrijk voor hun kwaliteit van hun leven, maar heeft ook een aanzienlijke maatschappelijke impact, omdat nierdialyse op de lange termijn veel duurder is, en meer inzet van menskracht vergt.
Twee Linnean sessies
Op de VWS-conferentie verzorgen we vanuit Linnean twee deelsessies. In één daarvan laat universitair docent Martijn Oude Voshaar, ook voorzitter van onze Linnean-werkgroep Data(on)mogelijkheden, zien dat het zorgvuldigheid vraagt om data goed te benutten voor leren en verbeteren om tot de juiste conclusies te komen. Daarom heeft zijn werkgroep een praktisch zakboekje ontwikkeld: ‘Leren en verbeteren op basis van uitkomstinformatie’.
Vervolgens geef ik aan welk positief effect deze werkwijze binnen de nefrologie heeft gehad. Het aantal niertransplantaties bijvoorbeeld is de afgelopen twintig jaar met 80% toegenomen. Dat is niet één-op-één toe te schrijven aan registreren en verbeteren, maar het heeft daar zeker aan bijgedragen. Wat zichtbaar is, kun je verbeteren – wat je niet meet niet, dat blijft immers vaak onzichtbaar.
Tijdens de tweede sessie delen we praktijkervaringen met het implementeren van waardegedreven en uitkomstgerichte zorg, inclusief wat goed ging en wat niet.
Registratielast
Vaak hoor ik dat het verzamelen van uitkomstgerichte data vooral leidt tot meer registratielast. Ik denk dat dit voor grote patiëntengroepen niet speelt, als we het goed inrichten. Veel relevante gegevens zijn immers al af te leiden uit het EPD, en met de invoering van nieuwe wetgeving wordt dat alleen maar eenvoudiger. Meten werkt bovendien motiverend.
Niet stoppen
Gezien de grote voordelen voor zowel de zorg als de patiënt moeten we echt blijven doorgaan met het verzamelen van kwalitatieve uitkomstdata. Zo niet, dan beschikken patiënten straks niet meer over de juiste informatie om de beste beslissing te nemen. En professionals binnen ziekenhuizen hebben dan minder inzicht in wat ze doen. En wat niet zichtbaar is, is ook moeilijk te verbeteren.
Conferentie Uitkomstgerichte Zorg & Transparantie