De directe aanleiding voor het opzetten van de ISA binnen het JBZ was de covidperiode; een aandoening die zowel long-, interne- als geriatriepatiënten trof. Margot: “Toen merkten we hoe prettig het was om met artsen van verschillende disciplines bij elkaar te zitten en direct te kunnen overleggen. Bijvoorbeeld: is een hartfilmpje niet goed? Dan herhalen we dat de volgende dag meteen.” Ook na de covidperiode bleek de ISA van grote waarde. “Het aantal patiënten met meerdere aandoeningen wordt steeds groter”, vertelt Margot. “Onze afdeling is heel geschikt voor deze groep.”
Er komen steeds meer patiënten met meerdere aandoeningen, daarvoor is de ISA heel geschikt
De patiënten binnen de ISA vallen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van vier specialismen: cardiologie, longgeneeskunde, interne geneeskunde en geriatrie. Regelmatig komen er patiënten binnen via de eerste hulp, waarbij het niet direct duidelijk is op welke afdeling ze het beste passen. “In plaats van dat ze langer op de spoedeisende hulp moeten blijven, kunnen ze bij ons meteen terecht,” zegt Renske. “Hier kunnen we rustig bepalen welk specialisme op dat moment leidend is en dat kan tijdens de opname ook best veranderen, maar dan hoeft de patiënt niet van afdeling te wisselen.”
Start nieuwe afdeling
“Je hebt een paar zorgprofessionals nodig van elke afzonderlijke discipline die in het nieuwe concept geloven,” vertelt Margot. “Niet iedereen hoeft meteen enthousiast te zijn, maar een kern van betrokken collega’s is wel essentieel om ermee te kunnen starten”. Volgens beiden komt het succes ook vanwege het feit dat het een idee afkomstig was van de werkvloer. Wanneer het van bovenaf was opgelegd, zou dat wellicht niet het geval zijn geweest. Tegelijkertijd loste de komst van de ISA een concreet probleem op binnen het JBZ: patiënten met meervoudige aandoeningen die voorheen lang in de kliniek verbleven kunnen er terecht. “We hadden in het begin ook niet veel extra middelen of formele toestemming nodig vanuit de RvB,” vult Margot aan. “De eerste jaren werd de ISA namelijk gefinancierd vanuit de KiPZ-gelden. (Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg). De knelpunten die er opdoemden tijdens de realisatie hebben we direct snel opgelost.”
Voordelen organisatie
Uit onderzoek van promovendus Simon de Gans van het Radboudumc bleek dat de ISA van het JBZ daadwerkelijk ligdagen bespaart. Patiënten liggen gemiddeld twee dagen korter in het ziekenhuis en hebben bijna 70% minder klinische consulten nodig. Op jaarbasis zijn er bijna 500 polibezoeken en ruim 150 Spoedeisende Hulp (SEH)-bezoeken minder. “Dat bespaart uiteraard heel veel kosten,” aldus Margot, “maar het betekent ook dat er minder geld binnenkomt voor het ziekenhuis. Tegelijkertijd zijn er ziekenhuisartsen nodig, dus het financiële plaatje is best complex.” Daar komt bij dat veel werkzaamheden lastig meetbaar zijn. “Wij ziekenhuisartsen nemen veel taken over van de medisch specialisten,” zegt ze. “Denk aan supervisie, familiegesprekken, nazorg, administratie en correspondentie. Deze werkzaamheden evenals de kwaliteit zijn heel moeilijk in tijd of geld uit te drukken.”
Ondanks deze uitdagingen bestaat de ISA inmiddels al zes jaar. “Dat komt omdat alle vakgroepen binnen het JBZ de meerwaarde zien,” aldus Margot. “Ze willen echt niet meer zonder onze afdeling.”
Alle vakgroepen willen niet meer zonder de ISA afdeling
Voordelen voor patiënten
Voor patiënten biedt de ISA vooral overzicht en rust. “Ze hebben nu één aanspreekpunt, in plaats van meerdere specialisten met elk hun eigen behandelplannen, en dat zijn wij,” zegt Renske. “Ook voor de familiegesprekken verzamelen wij alle relevante informatie, wat als heel prettig wordt ervaren.” Nieuwe patiënten vinden de ISA-werkwijze al heel vanzelfsprekend. Patiënten die al eerder opgenomen waren en het verschil kennen, vragen regelmatig of ze op de ISA mogen liggen. De patiëntwaardering is met 8,2 bovendien minstens zo hoog als die van de reguliere afdelingen van het JBZ.
Inmiddels is er ook, in de geest van het ISA, een Poliklinische Intensieve Samenwerkings Afdeling, ofwel PISA, opgezet binnen het JBZ. Hierin werken cardiologie, interne geneeskunde en geriatrie samen. Verpleegkundig specialisten fungeren daar als aanspreekpunt. “De lijnen zijn kort en de communicatie is helder en zonder ruis,” zegt Margot.
Uitbreiding bedden?
Op dit moment beschikt de ISA over tien bedden. “Uitbreiding zou zeker zinvol zijn,” zegt Renske. “De vraag naar multimorbide zorg groeit nog steeds. Maar met meer dan tien bedden red je het niet meer met één ziekenhuisarts, wij wisselen elkaar nu af, dus dan moet je ook uitbreiden qua personeel.” Margot ziet ook kansen: “Schaalvergroting kan zorgen voor meer kosteneffectiviteit. Door nog meer en slimmer samen te werken kan tijdelijke drukte voor een bepaalde groep (zoals in het griepseizoen) worden opgevangen. Ook is er uitwisseling mogelijk met verpleegkundigen van verschillende afdelingen.” Elke ochtend vindt er een behandelteamoverleg plaats met alle vier de specialismen. Daarvoor moeten zij worden uitgepland. Als er dan minder te bespreken is en de tijd niet gevuld wordt is dat niet efficiënt,” zegt Renske, “maar, als we uitbreiden, zal dat minder vaak voorkomen en neemt de efficiëntie dus toe.”
Vergoedingen zorgverzekeraars
Ondanks alle successen blijft de financiering van de ISA een uitdaging. “We hebben hierover wel contact gehad met zorgverzekeraars,” vertelt Margot. “Onze patiënten passen immers niet in één DBC (diagnose-behandelcombinatie). Idealiter zou er een DBC voor multimorbiliteit moeten komen, met daarbij een verdeelsleutel voor de betrokken specialismen, maar dat is een complex verhaal.” Hoewel er dus zeker landelijk aandacht voor is, verwachten de ziekenhuisartsen niet dat het vergoedingensysteem snel zal veranderen. “Heel spijtig, want juist deze patiëntengroep groeit snel.”
Fijne werkomgeving
Voor de ziekenhuisartsen zelf is de ISA een ideale werkomgeving. Renske: “Het is voor ons echt een ‘match made in heaven’. Als generalist krijg je met alle vakgebieden te maken en kun je hele brede zorg bieden. Dat maakt ons werk afwisselend en interessant.” Ze benadrukt dat deze ontwikkeling in de zorg onvermijdelijk is: “Er komen steeds meer patiënten met meerdere aandoeningen, dus je kunt als arts eigenlijk al niet meer alleen vanuit je eigen specialisme kijken.”
Voor ons ziekenhuisartsen is de ISA een match 'made in heaven'
Waar wil men dit ook?
Ook andere ziekenhuizen tonen interesse in het ISA-concept. “In het Deventer Ziekenhuis is een vergelijkbare afdeling opgezet met ziekenhuisartsen,” vertelt Renske. Daar loopt het goed. “Er zijn elders ook initiatieven geweest die minder succesvol waren, vaak kwam dat door gebrek aan draagvlak vanaf de werkvloer.” Volgens haar is dat ook de sleutel tot succes: “Je moet beginnen met een groep zorgprofessionals die dit echt wil en er de meerwaarde van in ziet. Anders komt zo’n afdeling niet van de grond. Daarnaast is de inzet van een generalist die het voortouw kan nemen, zoals de ziekenhuisarts, hierin onontbeerlijk.”
Geïnteresseerd in de werkwijze en de voordelen van het ISA-concept binnen het Jeroen Bosch Ziekenhuis? Neem dan contact op met de wetenschappelijke vereniging voor ziekenhuisgeneeskunde, VVZG. Vraag naar Margot en/of Renske, beiden zijn bestuurslid, of mail naar p.boshom@vvzg.nl.