Het is natuurlijk bijzonder jammer dat het Linnean Initiatief moet stoppen. Tegelijkertijd is het zo dat Linnean zich gepositioneerd heeft als ‘grassroots’ beweging. Linnean heeft de afgelopen jaren veel bereikt op het gebied van passende en uitkomstgerichte zorg. Het is een belangrijk element geworden in het voortdurende spel dat zich afspeelt tussen ministeries, de invloedrijke koepels van ziekenhuizen en medisch specialisten en natuurlijk de zorgverzekeraars.
Het ICT-vraagstuk: gemiste kansen
Als voorzitter van de Data & ICT-werkgroep van het Linnean heb ik van dichtbij meegemaakt hoe de markt voor ziekenhuis-informatiesystemen de afgelopen twintig jaar is gekrompen tot slechts twee aanbieders; een Amerikaanse en een Nederlandse. Hoewel dit uitstekende systemen zijn, is de situatie natuurlijk onwenselijk.
Goede marktwerking, waar de overheid jarenlang op inzette, vereist nu eenmaal een concurrerende markt, ook wat betreft zorg-IT; die is er nu niet. Ziekenhuizen zijn ook geen IT-bedrijven en kunnen dit probleem niet zelf oplossen. Opeenvolgende regeringen hebben de kans laten liggen om te investeren in een nationale digitale infrastructuur, zoals landen die echt vooroplopen in gezondheids-IT wel hebben gedaan. Nu wordt er gekeken naar AI als mogelijke oplossing. Maar een basisvoorwaarde voor goed gebruik van AI is juist de uitwisselbaarheid van data. En die is volstrekt onvoldoende.
Wachtlijsten
Een en ander onderwerp dat altijd mijn aandacht had waren de wachtlijsten. Zolang ik in de gezondheidszorg actief was, zag ik deze toe- en afnemen, maar nooit verdwijnen. Telkens hoorde ik dezelfde verklaring: er is sprake van een personeelstekort of überhaupt capaciteitstekort. Dat was en is vaak waar, maar vaak ook niet! Registratielast wordt ook wel genoemd als oorzaak. Ook wel waar, maar te gemakkelijk om dat als de belangrijkste oorzaak aan te wijzen. Het is goed twee perspectieven te nemen.
(1) De lange termijn met in het vizier alle zorginstellingen. Je ziet dan dat toegangstijden fluctueren met een amplitude van een paar jaar.
(2) De individuele zorginstellingen. Je ziet dan een heel gevarieerd beeld.
Er kan inderdaad een tekort zijn aan bijvoorbeeld medisch specialisten. Maar, vaak komen lange toegangstijden/wachtlijsten voor in combinatie met onderbenutting van bijvoorbeeld spreekuren of OK-capaciteit.
Zorgorganisaties kunnen veel scherper sturen op toegangstijden via zorglogistiek. Daar liggen de grootste kansen om toegangstijden te verbeteren èn om zorgcapaciteit beter in te zetten.
Regiovisie VWS
Om de actualiteit er nog even bij te pakken; de onlangs verschenen regiovisie van minister van VWS Sophie Hermans is om twee redenen relevant.
(1) Ze dwingt ons na te denken over hoe regionale gezondheidszorg er uit moet zien.
(2) Ze biedt ruimte voor een langetermijnperspectief dat we te lang hebben gemist.
In mijn afscheidsrede bij het MUMC+ heb ik gepleit voor het spreiden van zorgfuncties, maar het intact laten van zorglocaties. Omdat dit mogelijkheden biedt voor concentratie èn het spreiden van zorgvoorzieningen, maar ook vanwege de personeelstekorten. Verpleegkundigen willen, zo blijkt uit diverse onderzoeken, bij voorkeur dicht bij huis werken. Sluit je een zorginstelling, dan verlies je een gedeelte van het personeel dat niet bereid is ver te reizen en waarschijnlijk voor een deel zelfs de zorg zal verlaten. Het is zeer risicovol om er op te gokken dat door de inzet van kunstmatige intelligentie de tekorten aan zorgpersoneel komende jaren fors worden gereduceerd.
Ik wens de gezondheidszorg vooral langetermijnbeleid en daarbij passend kortetermijnhandelen toe. Aan langetermijnvisies hebben we in gezondheidszorg nooit gebrek gehad. In praktisch iedere kabinetsperiode in de laatste veertig jaar werd in brieven aan de Tweede Kamer gewaarschuwd voor de aankomende vergrijzing en tekorten aan zorgpersoneel. Het feitelijk beleid en handelen heeft deze langetermijnvisies nooit gevolgd. Bijvoorbeeld, het huidige tekort aan verpleegkundig personeel is voor een belangrijke deel het gevolg van bezuinigingen in de periode 2010-2015.
Als RvA-lid van Linnean heb ik gevraagd én ongevraagd advies mogen geven. Dat is een voorrecht. De discussies met beide Linnean-voorzitters en de bijeenkomsten met de voorzitters van de diverse werkgroepen waren daarbij altijd inhoudelijk en uitdagend. Het is heel spijtig dat dit aan het einde van dit jaar zal gaan stoppen.