Volgen we de richtlijnen en protocollen, of kiezen we voor wat het beste past bij de individuele patiënt? Is hier sprake van een tegenstelling of van een paradox, een schijnbare tegenstelling? Mijn stelling is dat we deze tegenstelling op kunnen lossen.
Eigenlijk is deze paradox niet nieuw. Evidence Based Medicine rust al jarenlang op drie pijlers: wetenschappelijk bewijs, de voorkeuren van de patiënt en de ervaring van de zorgprofessional. Daarnaast is er de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), die de relatie tussen patiënt en zorgverlener regelt en inbreng van de patient in de behandelkeuze vast legt.
Toch hoor ik om me heen dat veel zorgverleners juist bij de implementatie van passende zorg opnieuw die spanning tussen protocollen en individuele keuzes ervaren. Misschien komt dat doordat Samen Beslissen steeds meer aandacht krijgt en we ons realiseren dat we patiënten er nog niet altijd optimaal bij betrekken. Of dat we met onze richtlijnen nog onvoldoende rekening houden met individuele voorkeuren en behandeldoelen.
De kracht van richtlijnen is dat zij rusten op gedegen wetenschappelijk onderzoek en ‘hard’ bewijs. Patiënten die wij dagelijks behandelen, zouden lang niet altijd voldoen aan de inclusiecriteria van die studies. Daarom wordt het steeds belangrijker om ook te kijken naar wat er gebeurt in de dagelijkse praktijk. Met behulp van real world data en kwaliteitsregistraties kunnen we onderzoeken of behandelingen ook in de alledaagse praktijk, buiten de gecontroleerde onderzoekssetting, effectief zijn.
Daarnaast moeten we meer kennis verzamelen over alternatieve behandelstrategieën. Wat gebeurt er als we een behandeling aanpassen of bewust afzien van een intensieve behandeling? Denk aan dosisverlaging van chemotherapie bij kwetsbare ouderen of conservatieve zorg in plaats van dialyse bij oudere patiënten met nierfalen. Soms is daar inmiddels voldoende bewijs voor en zijn deze opties opgenomen in richtlijnen. Dan verdwijnt die spanning tussen evidence en maatwerk. Vaak ontbreekt die onderbouwing nog.
Juist daar ligt een belangrijke opdracht voor iedereen die betrokken is bij passende zorg. Niet alleen voor onderzoekers of academische centra, maar voor iedereen die bij passende zorg betrokken is. Als we niet investeren in het verzamelen van bewijs voor behandeling op maat, dan blijven deze alternatieven buiten toekomstige richtlijnen. Dan dreigt een belangrijk deel van de inspanningen rond passende zorg verloren te gaan.
Wanneer we kunnen aantonen welke behandeling voor welke patiënt leidt tot een betere kwaliteit van leven, betere uitkomsten of doelmatiger inzet van mensen en middelen, kunnen deze inzichten worden opgenomen in nieuwe richtlijnen. Zo brengen we evidence en maatwerk dichter bij elkaar en kunnen we de paradox opheffen.
Enquête: wat heeft Linnean jou gebracht?
Het Linnean Initiatief moet stoppen aan het einde van dit jaar. In de afgelopen jaren hebben we samen een uniek netwerk opgebouwd waarin zorgprofessionals, patiënten, onderzoekers, bestuurders en beleidsmakers kennis, ervaringen en praktijkvoorbeelden deelden. Daar zijn we trots op. Maar we weten ook dat er lessen zijn die we willen meenemen naar de toekomst.
Daarom vragen we jouw hulp. Wat heeft Linnean je gebracht? Welke ontmoetingen, inzichten, samenwerkingen of praktijkvoorbeelden zijn bijgebleven? Wat maakte écht het verschil binnen het netwerk? En wat zouden toekomstige initiatieven moeten behouden of juist anders doen?
Met deze feedback kunnen we de opbrengsten van Linnean beter vastleggen en ervoor zorgen dat waardevolle kennis en ervaringen niet verloren gaan. Het invullen van onze enquête kost slechts tien minuten. Kan ik op je rekenen? Alvast hartelijk dank voor je bijdrage.