Samen de kwaliteit van zorg verbeteren via spiegelbijeenkomsten – SAZ-programma Waardegedreven zorg

24-06-2021
1838 keer bekeken

De beste zorg en gezondheid voor de patiënt, betere resultaten van de behandeling met oog voor kosten, daar staat het SAZ-programma Waardegedreven zorg voor. Ineke Lokker en Josephine Linthorst vertellen ons hier meer over.

Hoe is het programma ontstaan?

In 2018 ontstond bij de 28 ziekenhuizen van de Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ) het idee om aan de slag te gaan met waardegedreven zorg. Niet op het niveau van individuele ziekenhuizen, maar juist door binnen de veilige omgeving van de SAZ van elkaar te leren door open met elkaar data te delen. In 2018 werd er gestart met twee programma’s, rondom darmkanker en heupfractuur, maar al snel volgden meer patiëntgroepen. Om de uniformiteit van de analyses over verschillende datasets te waarborgen en om niet ieder ziekenhuis individueel te belasten met het doen van data-analyses, werd LOGEX (destijds nog onder de naam van Value2Health) benaderd als data-partner.

Ineke Lokker, programmamanager Waardegedreven Zorg bij het SAZ programmabureau en Josephine Linthorst, Head of Value Analytics Solutions bij LOGEX, zijn beiden sinds begin 2019 betrokken bij het programma en hebben sindsdien dit programma verder vormgegeven.

Wat zijn de uitgangspunten van het programma?

Twee uitgangspunten staan centraal. Ten eerste mocht het programma geen verzwaring van registratielast opleveren voor de deelnemende huizen. Daarnaast moest het meer opleveren dan er geïnvesteerd werd. Vanwege het eerste punt kozen we ervoor om met bestaande data te werken. Veel data benutten we namelijk niet optimaal. Hiervoor namen we data uit bestaande kwaliteitsregistraties, aangevuld met DBC-verrichtingen data en kosten. Zo brengen we niet alleen verschillen in kwaliteit in beeld, maar ook in doelmatigheid van de zorg. Door uitkomstendata aan kostendata te verbinden kan onder andere ook het kosten-effect van complicaties worden onderzocht.

Onze focus ligt op het leren en verbeteren en de juiste dingen doen. Het programma wil een beweging op gang brengen om in gezamenlijkheid, op basis van data, met elkaar het gesprek aan te gaan. We zien de data als een startpunt. Kunnen we de verschillen verklaren? We proberen elk detail boven water te krijgen, wat is jouw geheime recept? De ziekenhuizen zijn zich soms niet bewust dat het bijzonder is wat ze doen.

Voor welke patiëntgroepen analyseren jullie de data?

In 2018 startte we met een klein groepje enthousiaste ziekenhuizen met twee patiëntgroepen aan het 18-maanden durende programma.

We zijn begonnen met darmkanker en heupfractuur omdat deze patiëntgroepen volwassen DICA-registraties hadden met relatief hoge volumes. Daarmee waren de registraties goed gevuld, konden verschillen makkelijker geduide worden en was er vertrouwen in de indicatoren. Beide patiëntgroepen hebben een vervolgprogramma gekregen na de eerste 18 maanden, en er doen nu respectievelijk 13 en 6 SAZ-ziekenhuizen mee aan deze patiëntgroepen. Inmiddels is het programma uitgebreid voor de patiëntgroepen borstkanker, galblaas/liesbreuk, geboortezorg en hartfalen. Daarnaast gaan we op korte termijn starten met CVA en endoscopie. Het aantal ziekenhuizen dat mee doet per patiëntengroep varieert tussen 6 (heupfracuur) en 17 (geboortezorg). Inmiddels doen  alle  28 SAZ-ziekenhuizen actief mee in het waardegedreven zorg programma. Met elkaar resultaten en ervaringen uitwisselen vraagt om vertrouwen. Dat kan niet van vandaag op morgen, daar groei je naar toe. We zijn trots op de deelname van alle SAZ-ziekenhuizen.

Hoe is het programma opgebouwd?

Er zijn eigenlijk vijf stappen.

Ten eerste verzamelt LOGEX, op verzoek van de deelnemende ziekenhuizen, bestaande uitkomsten- en kostendata die al geregistreerd worden. LOGEX bouwt dan de analyses op in een online dashboard, op basis van gekoppelde data. Daarmee hebben verbeterteams inzicht in hun eigen positie ten opzichte van andere deelnemende ziekenhuizen op het gebied van zorguitkomsten en kosten. Ziekenhuizen hoeven hiervoor niets te doen, behalve consent te geven dat de data ook voor de doeleinden van het programma mogen worden gebruikt en gekoppeld.

Ten tweede worden deze inzichten uit het dashboard met de individuele ziekenhuizen gevalideerd, voordat de eerste gezamenlijke spiegelbijeenkomst plaatsvindt. Het is namelijk belangrijk dat het ziekenhuis zijn eigen data herkent en dat de data klopt.

Als derde komen de deelnemers samen tijdens  de eerste spiegelbijeenkomst, waar we de data tussen de deelnemende ziekenhuizen onderling vergelijken. Elk ziekenhuis is, vertegenwoordigd door een projectleider en meerdere disciplines rondom de patiëntgroep: één of meer medisch specialisten, één of meer verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en/of physician assistants en eventueel paramedisch betrokkenen. Afhankelijk van het thema zijn er andere zorgverleners bij. Deze diversiteit is erg belangrijk voor het goede beloop van de interpretatie van de data en het identificeren van eventuele verbeteracties.

Als vierde gaat na de startsessie per ziekenhuis een verbeterteam aan de slag met een verbeterplan. Vragen die ze met elkaar beantwoorden: waar sta je en waar wil je naar toe? Welke stappen zijn nodig om daar te komen?

Tot slot, in de twee spiegelbijeenkomsten die volgen, bespreken de deelnemers rondom specifieke thema’s verdiepende analyses, actieplannen en verbeteringen rondom de eerder benoemde thema’s. Zo doende kunnen deelnemers telkens in een veilige omgeving van elkaar leren en wordt voortgang in het verbeterproces gemonitord.

Hebben jullie het programma door de tijd veranderd?

Het programma is de afgelopen jaren zeker doorontwikkeld. Bij de voorbereiding in aanloop naar een spiegelbijeenkomst worden we inmiddels ondersteund door lead professionals. Dit betreft bij de meeste patiëntgroepen een medisch specialist én een verpleegkundige en in het geval van geboortezorg ook een verloskundige, uit een van de deelnemende ziekenhuizen. Met deze kartrekker(s) bespreken we elke spiegelbijeenkomst voor: we bepalen samen het thema dat nader verdiept wordt, waarom er spreiding kan zitten in de data en of het nuttig is deze uitkomsten met elkaar te bespreken. Deze zorgverleners kunnen de data interpreteren en relateren aan landelijke discussies. Hij/zij plaatst de context en kan duidelijk aangeven waar we wel of juist geen aandacht aan hoeven te besteden. Daarnaast proberen we ook steeds meer zo integraal mogelijk te kijken door ontwikkelingen in de keten mee te nemen. Zo  nemen er in het geboortezorg traject ook bijna 70 eerstelijnsverloskunde praktijken deel, en zijn we voor de patiëntgroep heupfractuur een pilot gestart met ketendata uit verpleging- en verzorgingshuizen. We denken ook na over andere beschikbare gegevens die we nu nog niet analyseren. Waarvandaan kunnen we nog meer aan input creëren? Voor hartfalen gaan we medicatiegegevens uit het elektronisch voorschrijfsysteem (EVS) koppelen. Naast kwantitatieve data gebruiken we inmiddels ook kwalitatieve data: hoe ziet jouw praktijk eruit? Hoe verlopen de zorgpaden? Dit is ook belangrijk voor de verklaring van verschillen.

Hoe beperk je wat je teruggeeft aan data?

Hier is de wisselwerking met de deelnemers en lead professionals voor nodig. In het voortraject, als een nieuwe groep start, organiseren we een inputsessie. Dan inventariseren we wat de meest relevante indicatoren zijn: welke zijn klinisch relevant, hebben interessante spreiding, en welke relaties kunnen worden gelegd. Denk bij het laatste aan leeftijdsgroepen, co morbiditeit, maar denk ook aan zorgpaden. Door deze analyses kunnen we focus aanbrengen op de meest relevante thema’s op basis van de data en komen vervolgens de verschillen aan de orde door het gesprek met elkaar aan te gaan. Het kan zo klein zijn als je hechttechniek, benadering van patiënt, communicatie naar patiënt of IT-oplossingen in de zorg. Wat doe je anders? Ligt dat  aan je behandeling en/of de manier waarop je de zorg georganiseerd hebt? Komt een bepaalde complicatie meer voor bij een bepaalde subgroep waarvoor we extra waakzaam moeten zijn voor en/of na de behandeling? Het mooie van ons programma is dat de analyses rondom een specifiek thema de juiste kaders en focus geven, maar in de discussie de oplossingen in de breedte naar voren kunnen komen. De spiegelbijeenkomsten geven de deelnemers de praktische handvatten om tot verbetering te komen. 

Zijn er voorbeelden van verbeteracties en zien jullie ook een rode draad tussen de verschillende programma’s?

Jazeker. Ondanks dat elke patiëntgroep zijn eigen indicatoren heeft die voor deze patiëntgroep het meest relevant zijn, zien we ook dat bij iedere patiëntgroep een aantal thema’s terugkomen, zoals (type) complicaties, maar ook ligduur. Onder andere  rondom deze indicatoren zien we veel initiatieven en duidelijke verbeteringen.. Een aantal mooie verbetervoorbeelden van doorgevoerde verbeterinitiatieven:

.In een spiegelbijeenkomst waarin het thema complicaties aan de orde kwam, deelde een van de goed presenterende ziekenhuizen over hoe zij het ‘Fit to perform’ protocol – waarbij zowel de chirurg als patiënt zo fit mogelijk de operatie in gaan – implementeerden. Patiënten met de meest ingewikkelde operatie worden als eerst op de dag gepland, en bij een zware operatie niet met één maar met twee chirurgen. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan de ‘prehabilitatie’ van de patiënt: de patiënt wordt zo fit mogelijk gemaakt voor de operatie in het tijdsbestek dat kan. Dit kan door de inzet van een fysiotherapeut, maar ook de diëtist waardoor de wondgenezing vaak beter verloopt en het herstel na de ingreep sneller gaat. Ondanks dat dit vaak niet nieuw was voor deelnemende ziekenhuizen, waren er veelpraktische elementen waarbij ziekenhuizen van elkaar hebben geleerd en verbeteringen hebben doorgevoerd. We hebben gezien dat gedurende de looptijd van het programma, het percentage complicaties ook daadwerkelijk is gedaald.

  • Ziekenhuizen zijn bij elkaar op werkbezoek geweest om elkaars hechttechniek te bekijken en hebben vervolgens de best practice overgenomen.
  • Rondom het thema ligduur zijn verschillende initiatieven besproken. Bijvoorbeeld welke patiënten kunnen in principe in dagbehandeling en hoe organiseer je dat? We zagen hierin grote spreiding tussen de ziekenhuizen. Ook het kunnen mobiliseren van patiënten na de operatie heeft invloed op de ligduur. Ziekenhuizen hebben van elkaars good practices geleerd om dit te stimuleren: o.a. het huiskamer initiatief – waarin patiënten eten krijgen in een andere kamer in plaats van op bed wat hen stimuleert te bewegen, en het toepassen van lokale anesthesie en waar mogelijk reduceren van opiaten waardoor men sneller na de operatie kan mobiliseren. Hierdoor herstellen patiënten sneller en kunnen ze vaak eerder naar huis. Ook dit zien we terug in de cijfers.

Waar zijn jullie het meest trots op?

Het enthousiasme van de deelnemers! Eén van de meest gestelde vragen van externen is Hoe krijg je het voor elkaar dat de ziekenhuizen meedoen? Nadat hun eigen data gevalideerd is, wordt namelijk de data op ziekenhuisniveau met naam en toenaam besproken. Iedereen vindt dit oké. Dit komt zeker ook door het enthousiasme van de voorlopersgroep. De huizen die nog niet meedoen zien dit en willen dan ook meedoen. Dat inspireert. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat ziekenhuizen ook echt de zorg voor de patiënt kunnen verbeteren door van elkaar te leren. Dat we dit nu ook echt in de praktijk zien gebeuren, is waar je het uiteindelijk voor doet. Binnenkort starten we met een goede voorbeelden bibliotheek per patiëntgroep. Zo kunnen ziekenhuizen die later instromen zich sneller laten inspireren.   

Contact

Lees meer

 

 

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Volg Linnean online

  

Over ons

Het Linnean Initiatief is een landelijk netwerk van koplopers en aanjagers van waardegedreven zorg. 

Lees meer

Linnean-netwerk

Ook deelnemen aan het Linnean-netwerk?
Sluit u aan bij het netwerk.

Contact

Stichting Linnean Initiatief
KvK: 75738007

Neem vooral contact met ons op voor meer informatie, tips of suggesties.

linnean@zinl.nl
Contact

 

 

Cookie-instellingen